S.V. Mariteam

Samen naar zee



Bijgeloof of toch....

Zomaar tijdens een reisje via het NOK-Kanaal. De machinist was op wacht. Hij had de engine control room even verlaten en liep een rondje door de machinekamer. Gewoon even voor controle. Niks geks te zien, alles draait nog en alles is verder oké. Hij liep langs de hoofmotor terug naar de engine control room. Nog steeds niks geks, althans… zijn oog viel op iets. Het was net alsof er iemand snel voorbij liep. Dat is natuurlijk raar, want wie is er nou beneden rond drie uur ´s nachts? Ja oké, op de brug zijn ze onder beloodsing en natuurlijk is de machinist ook beneden. Maar verder… Afijn, uiteraard denk je er niet meer aan.  

Een paar dagen later. De machinist is weer beneden. Zelfde tijd, ergens anders in een haven. Weer wacht en weer loopt de machinist z’n rondje. Check, alles oké. Wanneer hij terug naar de control room loopt is het weer net alsof er iemand even snel voorbij loopt. Hij zag het nog net vanuit z’n ooghoeken, net als de vorige keer. De rustige man gaat morgen maar even op onderzoek uit. 

De volgende dag blijkt dat er niemand rond die tijd beneden is geweest. Eigenlijk was er die nacht helemaal niemand beneden geweest. Dus hoewel de machinist vanuit z’n ooghoeken allerlei schimmen ziet, is er niemand. Vast lichtinval denk de machinist nog. Hij is tenslotte een stoere kerel en nergens bang van.

Later die week is deze machinist weer beneden. Het schip vaart tijdens de nacht onder beloodsing naar

Hamburg en omdat dit een lang stuk is heeft hij de wacht overgenomen van de meester. Zelfde tijd als eerder. Omdat hij toch beneden is heeft de machinist met de meester afgesproken alvast een inventory te doen van wat filters. Tijdens het filter-inventory ziet de machinist in z’n ooghoeken iemand snel voorbij lopen. Dus de machinist keert zich om en ziet niks meer. Toch even checken denkt hij. Na een rondje blijkt er niemand beneden te zijn en de meester slaapt ook al lang. 

Omdat de machinist het niet meer zo vertrouwd besluit hij het maar de volgende dag met de meester te overleggen. De meester heeft tenslotte ook vaak wacht rond drie uur ’s nachts en dus de uitgelezen persoon om je ervaring mee te delen. Maar wat blijkt; de meester ziet precies hetzelfde… Ergens in de nacht, wanneer zeker te weten iedereen slaapt of zeker niet beneden komt, is het net alsof je in je ooghoeken een schim ziet. Als je kijkt is er niks. 

Wekenlang hielden beide machinisten dit voor zichzelf. Wekenlang zagen ze ook iedere keer ’s nachts beneden deze schimmen. Ze zagen het vooral rond de hoofdmotor. Zo vanuit de ooghoeken, een schim… Snel, en ook heel snel weer weg. Ze zijn er ook zeker van dat het geen lichtinval is of een ander logisch probleem en ze beginnen beiden aan vreemde energieën te denken. 

Ik was in die tijd ook machinekamer-leerling. Ik was uiteraard niet zo vaak ’s nachts beneden als beide engineers en had het ook nog nooit gezien. Later in m’n stage met een beetje doorzuipen vertelde beide heren het. Ik heb ze uiteraard uitgelachen. Lekkere machinisten zijn jullie, beetje bang zijn ’s nachts terwijl je wacht heb. Nooit meer dacht ik eraan ook.

Problemen met sludge. Het sludge manifold na de seperator blijkt verstopt te zitten en de seperator kan zo z’n sludge niet kwijt. Ontstoppen is de oplossing. Maar na iedere keer onstoppen zat het zo weer verstopt… Het ontwerp was knudde ook… Afijn. Omdat de seperator nu `handmatig` van het sludge ontdaan moest worden werd de 24/7 sludge wacht verzonnen voor iedereen in de machinekamer. Ook voor mij. Uiteraard was ik van één uur ’s nachts tot vijf uur ’s nachts. Voor mij was de meester en na mij de motorman.

Dag twee van de sludge wacht. Vijf uur in de morgen. Of nacht, net wat je zelf wilt. De motorman loste mij af en zei dat hij de nacht daarvoor nadat hij mij afloste schimmen had gezien in de machinekamer. Maar hij wist ook zeker dat er niemand was. Eigenlijk zag hij het vaker en hij was ook wel een beetje bang. Ik herinnerde me ineens weer dat de andere machinisten dit ook zagen en dacht aanvankelijk dat ze me allemaal voor de gek hielden. 

                

De sludge wacht hield bijna twee weken aan en ik was steevast van één uur ’s nachts tot vijf ’s nachts de ongelukkige. Wat er allemaal wel niet te zien en te horen joh in de nacht op z’n schip. Neem nou alle geluiden. Geluiden van het schip, het geluid van het alarm, geluiden van de machines, het geluid van een alsmaar klagende meester tijdens wanneer ik hem afloste. Tijdens werktijd klaagde deze man trouwens nog meer. Man wat voelde die man zich oud en wat klaagde hij erover. Net 40 jaar, dan ben je al 1 e machinist en vervolgens was er altijd wel iets waarom hij een hele oude vent moest zijn. Dan was je samen met die meester ergens aan het sleutelen en dan kwam hij weer; “I am so old, I cannot do this. But Arie, when I was young like you, I took those big electrical engines on my back.”  Daar hebben we hem mee lopen jennen hoor. Vooral als hij dan de control room in kwam. Grapjes en hints in de vorm van het nummer “Forever Young” extra hard en duidelijk afspelen als hij daar zat waren onze standaard plagerijtjes. Mooie tijd.

Afijn, terug naar m’n sludge wacht. Ik was nu dus ook elke keer beneden rond de tijd dat hun al de schimmen zagen. Nooit zag ik iets. Nooit. Totale bullshit ook natuurlijk in m’n ogen en ze waren mij vast in de zeik aan het nemen. Totdat het uit de hand ging lopen met deze machinisten. Ze wilde tijdens hun wacht ’s nachts niet een meer de control room uitkomen. Bang vooral. Bang voor de schimmen, bang voor mogelijke energieën. 

Crewchange. De angstige sleutelfreaks verdwenen en er kwamen nieuwe machinisten. Ik was het hele schimmenverhaal weer vergeten en kon het goed vinden met de nieuwe machinisten. Inmiddels zat ik ook al weer zo lang aan boord dat ik meer en meer zelf kon doen. Ook was ik toch regelmatig ’s nachts beneden. Zonder dat deze nieuwe machinisten van de ervaringen van de andere crew iets wisten, begonnen ook zij deze schimmen te zien ’s nachts. De nieuwe meester begon het als eerste te zien. Vrij heftig zelfs, hij zag het meermaals per wacht maar dan wel op andere plaatsen als eerst.

Ik ving dit op toen ze erover praatten tijdens een koffiepauze. Later vertelde deze meester het me ook. Zelf had ik nog niks gezien. Ik geloof er helemaal niks van. Toch blijken ze dit te zien. Bijgeloof? Niemand die het weet. Op zichzelf niet erg, maar toch…

 

November, 2019

Arie Jan